vrijdag 25 september 2009
Wat kost een allochtoon?
Tegen de achtergrond van de vertwijfeling bij zowel volk als bestuur moet ook Wilders' vraag naar de kosten van allochtonen anders worden bezien. Tot nu toe beperkt men zich in media en politiek tot vragen die betrekking hebben op de (principiële) juistheid of onjuistheid van Wilders verzoek om de allochtoon te taxeren en de wenselijkheid of onwenselijkheid van een tegemoetkoming aan dat verzoek. Voorstanders vinden dat alles onderzocht moet kunnen worden en sommige daarvan menen zelfs dat dit allang is gebeurd. Tegenstanders beroepen zich op principiële, humanistische argumenten, waarbij gewezen wordt op de waardigheid van de mens en zijn recht niet slechts als economische waarde te worden verrekend.
Hiermee valt ook het onderscheid tussen een pragmatisch en een principieel standpunt ten aanzien van Wilders vraag weg. Immers, het pragmatische ja-antwoord is ook een principieel antwoord, namelijk verwijzend naar het principe van democratische openbaarheid. Niet voor niets protesteert Wilders tegen minister Van der Laan wanneer hij haar beschuldigt van elitair gedrag. Het volk heeft namelijk het principiële en fundamentele recht om alles te weten ten aanzien van overheidsfinanciën die hem direct aangaan.
Anderzijds is het principiële antwoord van het kabinet hoogst pragmatisch, omdat men zich daarmee afzet tegen de de-humanisering die Wilders partij bezigt. Men wil zich aan het volk verkopen als menselijk, terwijl men met evenveel gemak onmenselijke maatregelen neemt op elk mogelijk maatschappelijk vlak, zoals de invoering van het elektronisch kinddossier en de nieuwe paspoortwet. De overheid wil inderdaad, net als Wilders, alles weten van haar burgers en de informatie het liefst opslaan en gemakkelijk uitwisselbaar maken. Dit alles toont aan dat elk 'principieel' debat in Nederland onderworpen is aan een machtsspel, waarbij alle middelen geoorloofd zijn zolang zij succes sorteren. En succes is niets anders dan verkiezingssucces op weg naar meer macht.
Wilders vraag naar de kosten van allochtonen is geniaal. Niet alleen omdat hij zich daarmee weer eens in de schijnwerpers plaatst, maar vooral omdat elk antwoord bij voorbaat in zijn voordeel is. Negeren of weigeren te antwoorden betekent impliciet Wilders gelijk geven op verschillende niveaus: het establishment heeft geen respect voor het volk en is elitair en het maakt zich verdacht doordat het kennelijk iets te verbergen heeft. Beantwoorden aan Wilders' verzoek betekent aan de andere kant een schoffering van een belangrijk deel van de eigen achterban en brengt het risico met zich mee dat Wilders' vermoeden bewaarheid wordt: de allochtoon kost inderdaad meer dan hij opbrengt. Belangrijker is echter het gevaar dat men het eigen humane masker verloochent: CDA, PvdA en Christen Unie presenteren zich als christelijk en sociaal, wat ze beide overigens niet zijn!
Een slimmer antwoord is om te wijzen op allerlei praktische problemen bij het berekenen en interpreteren van de gegevens. Maar hiermee verschuift men slechts het probleem, want een berekening zál gemaakt worden en interpretaties zullen snel volgen, waarbij zeer waarschijnlijk te verwachten valt dat een 'anti-mosliminterpretatie' de voorkeur zal hebben, simpelweg omdat moslims sowieso verdacht en ongewenst zijn.
Het heeft overigens geen zin om te bakkeleien over de definitie van 'allochtoon' en of daartoe ook westerse allochtonen moeten worden gerekend. Wilders weet heel goed dat verreweg de meeste allochtonen moslim zijn (bijna een miljoen) en daarmee in verhouding de grootste kostenpost zijn. Bovendien zijn zij sociaaleconomisch het meest achtergesteld. Ook heeft het geen zin om erop te wijzen dat moslims in de jaren '60 en '70 zo verdienstelijk waren: de Nederlandse handelsgeest dicteert dat vroeger behaalde resultaten geen garantie zijn voor huidig en toekomstig succes, wat telt is nu; en nu ziet het er slecht uit voor die arme moslimdrommels.
Hoe nu iets zinnigs te zeggen met betrekking tot Wilders' vraag? Men moet allereerst toegeven dat Wilders op zeer intelligente wijze altijd de juiste vragen weet te stellen. Het intelligente zit 'm niet in de antwoorden maar in het vermogen de pijnpunten van het systeem als geheel aan te wijzen. Mijns inziens is de belangrijkste daarvan de schizofrenie die eigen aan het democratische systeem: enerzijds humanistische retoriek, anderzijds de voortdurende dehumanisering van de mens. Niemand ontsnapt hier overigens aan, ook Wilders niet. Zijn succes is daarom niet gelegen in het bieden van een alternatief voor het systeem, maar slechts in de negatieve ontmaskering van haar gebreken. Wilders' kunst ligt in zijn vermogen deze gebreken te identificeren en mee te liften op het heersende volkssentiment dat zelf niet in staat is die gebreken ter sprake te brengen.
De onhoudbaarheid van Wilders' project ligt hierin dat hij zijn kiezers voorhoudt dat de gebreken van het establishment te wijten zijn aan het establishment zelf. Dit vindt men geïllustreerd door zijn voortdurende schoffering van de zittende macht. Het is daarom tekenend dat Wilders niet uit is op revolutie, dus bevrijding van het volk uit het juk van een systeem, maar slechts op regime change, waarmee hij zichzelf als verlosser in het zadel helpt en de bestaande orde handhaaft.
De echte gebreken zijn echter niet gebonden aan de functionarissen in het bestel maar aan de inherente onhoudbaarheid van de democratische rechtsorde zelf. Maar dit propageren betekent uiteraard politieke zelfmoord.
Wilders' kracht is het vermogen om de inherente leugenachtigheid van het systeem extern toe te schrijven aan de functionarissen ervan. Zijn alternatief is niet het opheffen van het systeem maar een accentverschuiving naar meer authenticiteit en rechtlijnigheid. Deze vindt hij in een verrechtsing van het systeem, waarbij de oude democratische dilemma's waar alle politieke partijen mee kampen, namelijk die tussen humane idealen (links) en pragmatische machtspolitiek (rechts), worden opgeheven door expliciete verloochening van het humane, maar alleen richting de ander, namelijk de moslim.
Wilders leeft gek genoeg niet alleen van een schizofrene staat, maar ook van een schizofreen volk: het volk vervloekt het systeem, maar heeft er tegelijkertijd alle vertrouwen in. Dit is begrijpelijk: er is in zijn ogen geen aantrekkelijk alternatief voorhanden.
Ik op mijn beurt beweer dat het alternatief bij de schijnvijand ligt: de islam. Maar of dit ooit ingezien wordt betwijfel ik ten zeerste. Laten we eerst de gevolgen van een Wilders-regime ervaren!
woensdag 10 juni 2009
Obama incarnatie van de duivel?
Moslims werden niet teleurgesteld. Obama kwam met een boodschap van vrede, samenwerking en vooruitgang. Hij had lof voor de prestaties van de islamitische beschaving op de vele cultuurdomeinen, zoals wetenschap en kunst. Hij deinsde er zelfs niet voor terug de Europese Renaissance afhankelijk te maken van de vorderingen van de vroegere moslims. Hij liet blijken kennis te hebben van de humane en verheven waarden van de islam. Hij wees op zijn verwantschap met de moslims om nog dichter in de huid van zijn moslimpubliek te kruipen. Als slagroom op de taart citeerde hij mooie koranpassages, iets wat zelfs de meest sceptische moslim sympathie voor deze ongewone Amerikaan moest inboezemen. Hij beloofde, naar de regel van de Koran, de waarheid te vertellen. Wel nuanceerde hij dit met de woorden "zo veel mogelijk". En veel waarheid was het niet!
Obama's speech bestond uit de bespreking van zeven 'issues', die we niet allemaal één voor één willen nagaan. Wel wil ik wijzen op een opvallende structuur die door de hele speech als een rode draad loopt. Het is de zorgvuldig geregisseerde afwisseling van de spreekwoordelijke 'wortel en stok': venijnige politiek verpakt in verleidelijke, honingzoete idealen. Arabieren zijn dol op zoet, getuige de vele applausrondes.
Obama begint met het opzoeken van gemeenschappelijkheden en noemt 'mutual interests' en 'consciousness' in de vorm van humaniteit. Je zou bijna zeggen: "wat wil je nog meer?"; alles is koek en ei! Toch heeft Obama een probleem. Dat probleem is terrorisme en steekt op cruciale momenten in de speech de kop op. Wat dat betreft staat Obama op dezelfde voet als zijn voorganger, van wie hij toch zoveel wilde verschillen.
De kernboodschap van de gehele speech komt helemaal aan het einde op pregnante wijze ter sprake. Hij stelt de islamitische wereld voor een keuze: "The easy path or the right path". Waarom resoneren hier de gevleugelde woorden van Bush: "you're either with us or against us."? De makkelijke weg is die van verdeeldheid, wantrouwen en achteruitgang. De juiste weg is die van vertrouwen, samenwerking en toekomst. Het is dan tijdens de bespreking van de zeven kernpunten inmiddels duidelijk geworden wat die wegen concreet inhouden. De makkelijke weg is die van verzet (terrorisme), de juiste weg is die van overgave aan de Amerikaanse wil, waarvan de beloning in materiële vooruitgang ligt.
Om deze 'these' hard te maken, bespreek ik de twee belangrijkste punten voor de moslimwereld: Palestina en Irak, te beginnen bij het laatste. Over Irak zegt Obama met enige moed dat het een gekozen oorlog is, in tegenstelling tot Afghanistan zoals hij ons wil doen geloven. Afghanistan was namelijk ook gewild, want de Taliban hadden destijds na 9/11 de Amerikanen gevraagd om bewijs te leveren voor de betrokkenheid van Al-Quaïda. De VS reageerden daarop met een bommenregen, die ook Nederland heldhaftig ondersteunt. De Veiligheidsraad was tegen, dus de oorlog was gewild. Maar dat terzijde.
Irak was dus een gekozen oorlog waar Obama niet achter staat. Hij meent dat Irak beter af is zonder Saddam (we hebben het gezien!), maar dat diplomatie beter was geweest. Door Thomas Jefferson aan te halen geeft hij aan dat de inval niet 'wijs' was. Jefferson hoopte namelijk dat met macht ook de wijsheid zou groeien. Obama steekt de hand in eigen boezem en verklaart dat zijn land de eigen principes niet mag vergeten. Hiermee refereert hij aan de bestiale martelingen en vernederingen van Iraakse gevangenen in Abu-Ghraib en de gevangenen in Guantanamo. Onmiddellijk daarna maakt hij zich ongeloofwaardig door te menen dat deze overtredingen volgden op grote Amerikaanse emotionaliteit als gevolg van 9/11. Hij neemt zich voor Irak aan de Irakezen over te laten, geen militaire bases te bouwen en geen olie buit te maken. Het eerste gebeurt, mogen we hopen, in 2012 (9 jaar na bezetting!); het tweede is een loze geste, omdat Amerika al genoeg grote bases heeft in de regio en het derde is een leugen, omdat de grote oliecontracten bij Amerikaanse olie-exploitanten liggen.
Maar dit alles is nog niet eens het grootste probleem dat ons moslims dwars zit. Wat pijn doet zijn de miljoenen vergeten Iraakse slachtoffers. 1,5 miljoen doden en 3 miljoen vluchtelingen. Om maar te zwijgen over de bewust geplante haat tussen de bevolking (verdeel en heers) en de totale vernietiging van de gehele infrastructuur en cultuur. In een land met de grootste oliereserves heeft men buiten de groene zone van Bagdad, waar de marionettenregering zetelt, geen reguliere voorzieningen zoals water en elektriciteit. Enorme problemen op alle maatschappelijke vlakken vreten aan het land als een kankergezwel. In welk opzicht is Irak beter af zonder Saddam? Ja, ik was bijna de militie-democratie vergeten, die wreder optreedt dan Saddam ooit heeft gedurft.
Hiermee wordt duidelijk dat Obama's vredesboodschap niet meer is dan de genoemde wortel. Als hij serieus was geweest, dan waren emotionele verontschuldigingen en diepe schaamte meer op hun plaats dan de belofte reeds gestolen olie niet te zullen inpikken! De belofte om te vertrekken is geen welwillend gebaar van Obama, maar pure noodzaak: de brutaliteit ging zelfs zover dat hij ernaar verwees dat een langer verblijf financieel niet haalbaar is! De vernedering kan niet groter en toch blijft men klappen. Er is een Arabisch spreekwoord dat vrij vertaald luidt: "door herhaling leert (zelfs) de ezel". Gek genoeg leren de Arabieren nooit. Dat geeft te denken.
Het andere kernpunt dat ik wil behandelen is het centrale probleem in het Midden-Oosten: de Israëlische bezetting. Ook hier zien we dezelfde aanpak: mooie woorden gevolgd door giftige aansporingen. Obama begint met de oeroude bevestiging van de 'speciale band' met Israël. Ik vraag me af wat die band zo speciaal maakt. Welke heilige alliantie is hier aangegaan? Of is het puur pragmatiek: Israël als voorpost en belangenbehartiger van Amerika. Beide lijken juist: er is een merkwaardige religieuze band, geschapen door de zogenaamde zionistische christenen die met miljoenen de Wederkomst van Jezus proberen te versnellen door het Heilige Land "van de Nijl tot de Eufraat" te realiseren. Wat dat betreft kunnen we nog wel wat verwachten. Daarnaast moet niet ontkend worden dat Israëls aanwezigheid de Arabische wereld parten speelt en een wederopstanding van het vervlogen Islamitische Rijk verhindert. Om maar te zwijgen over de materiële belangen, zoals olie- en wapenhandel.
Wat heeft Obama ons nog meer te melden over Israël? Ten eerste dat Israëls bestaan gelegitimeerd is door een pijnlijke geschiedenis van de joden. Daarmee is een nieuw lijden van moslims goedgepraat! Maar Obama zou Obama niet zijn als hij niet ook een toezegging aan de moslims deed. Israël moet namelijk volgens hem het lijden van de Palestijnen, als gevolg van 60 jaar bezetting, erkennen. Tja, daar zullen ze daar in Gaza veel aan hebben. Moet Israël het lijden erkennen of de rechten?
Maar, zo vervolgt Obama richting de moslims: "probeer het van twee kanten te bekijken"! Aan beider aspiraties moet worden tegemoetgekomen. De oplossing is dus twee staten. Mooi, maar dat hoorden we zelfs van Bush en hij was de allereerste president van de VS die het zei; dat was echt groot nieuws! Welnu, Obama belooft persoonlijk deze oplossing na te streven. En dan komt het gif: De Palestijnen moet hun verantwoordelijkheid nemen en de wapens neerleggen! "Resistance through violence is wrong and killing does not succeed". De aap uit de mouw: geen verzet, want het werkt niet! Ten eerste werkt het wel (vgl. alle bevrijdingen!) en ten tweede: beoordelen we de legitimiteit van verzet aan het succes ervan of aan het recht? Volgens de VN mag elke bevolking zich (ook met geweld) verzetten tegen een bezettende macht. Bovendien, sinds wanneer worden landen bevrijd zonder geweld? Obama nam, terecht, zelf het woord 'occupation' in de mond dus wat is zijn probleem? JHWH mag het weten!
Het lachwekkende en trieste tegelijkertijd is dat hij de Palestijnen een pijnlijke vergelijking voor houdt: de zwarte slaven hebben zich ook zonder geweld bevrijd!! Wiens klomp breekt niet bij een dergelijke denigrerende en beledigende opmerking? Is dit hoe Obama de 'hearts and minds' van moslims denkt te winnen? "Palestijnen, hou nog even 300 jaar vol. De vreedzame bevrijding van slavernij is ophanden"! Dit is niet alleen een belediging aan het adres van de moslims maar ook aan die van de nazaten van de negerslaven in Amerika, die Obama zijn zege hebben bezorgd. Volgens Obama hielden zij hun idealen hoog en konden zij zich daardoor uiteindelijk toch bevrijden. Alsof die arme voorouders ook maar de kans hadden om zich met geweld te verzetten. Alles wat zij konden doen was zingen. Deze woorden tonen aan dat Obama niet alleen geen African-American is, maar ook dat hij er geen enkele voeling mee heeft. De mooie woorden smaken bijzonder bitter en ik moest er bijna van kotsen...
Hamas en de moslims moeten volgens Obama begrijpen dat "violence is a dead end". Het is geen teken van moed om raketten richting slapende kinderen te schieten of oma's in bussen op te blazen. Het is ook geen manier om morele autoriteit te verkrijgen. Wij stellen Obama de vraag of het bombarderen van gevluchte kinderen, vrouwen en ouderen wel moedig is. En verkrijgt Israël moreel aanzien door fosforbommen in dichtbevolkte wijken te laten vallen? Is het met bulldozers vlak maken van hele wijken misschien een teken van moed? Of het vernederen van vrouwen en mannen bij controleposten op eigen grondgebied? Misschien is de scheidingsmuur een teken van hoogwaardige moraliteit. We weten niet met welke morele maatstaven Obama meet. Of misschien toch: materiële belangen, pragmatiek.
Krijgen de Palestijnen dan helemaal niets van Obama? Jawel, "The US does not accept the legitimacy of continued Israëli settelements". Halleluja! Niet de honderden nederzettingen die de Jordaanoever tot gatenkaas maken, zijn het probleem, maar de legitimiteit van de voortgezette nederzettingenbouw! De emotionele Arabische zaal klapt voor de zoveelste keer zonder het Engels te verstaan. Overigens waren de aanwezigen uitgenodigd, dus vooraf geselecteerd, zodat er geen schoenen door de zaal zouden gaan. Met deze opmerking laar Obama voor de zoveelste keer in zijn speech duidelijk blijken dat hij niets nieuws brengt, behalve betere retoriek dan zijn stotterende voorganger.
Tot slot nog iets over de Koran. Obama citeerde in zijn speech een aantal keer uit de Koran. Daarbij koos hij voorzichtig de juiste passages. Men vraagt zich af waarom hij niet ook de gewelddadige passages citeert. Als de Koran voor hem zoveel respect verdient, waarom verontschuldigt hij zich dan niet namens Amerika voor het door Amerikaanse soldaten verscheuren, besmeuren en doorspoelen van het Allerheiligste Boek van de moslims, met wie hij toch een nieuw begin meent te willen maken?
Om dit pijnlijke artikel te beëindigen, wil ik de gekozen titel nader toelichten. Satan is iemand wiens taak het is om de mensheid te verleiden tot het Kwade. Daarbij schuwt hij geen middel. Kenmerkend voor deze middelen is dat zij de mens een beter resultaat van een bepaalde keuze voorhouden dan in werkelijkheid het geval is. Daarbij speelt hij in op menselijke neigingen. Welnu, dit beeld is op een treffende wijze van toepassing op Obama's speech. Hij verleidt de moslims tot het opgeven van verzet en de overgave aan Amerika en stelt hen vooruitgang en samenwerking in het vooruitzicht. Het middel dat hij daarvoor gebruikt is de taal, iets dat bekend staat onder de naam retoriek. Hij stelt de moslim voor een moeilijke keuze: overgave en welvaart aan de ene kant en verzet (met als gevolg vernietiging) aan de ander kant. De harde keuze is versluierd met idealen die we allemaal nastreven: vrede, vooruitgang, vrijheid...
Wat Obama, Amerika en het Westen in het algemeen niet begrijpen, is dat de (ware) moslim geen pragmatist kan zijn die zijn plicht verzaakt met het oog op materieel gewin. Die plicht is in dit geval verzet en bevrijding van islamitisch land.
In Amerika dachten sommige hysterische Obama-fans dat ze van doen hadden met Christus zelf. De moslim kent de verleidingen van de duivel maar al te goed en herkent diens gezicht in Obama.
vrijdag 8 mei 2009
Koninginnedag 2009: drama of terreur?
Na de terreuraanslagen van '9/11' en de daarop ontketende heksenjacht, die alle burgers in het Westen en in de islamitische wereld direct of indirect heeft getroffen, drong de islamitische wereld er bij het Westen op aan om een duidelijke definitie van terrorisme te formuleren, omdat men het gevaar zag van een klakkeloos te pas en te onpas gebruik van dit gevaarlijke label. Het Westen bleef het antwoord schuldig en we kunnen wel raden wat daar achter zit.
Op dit moment wordt terrorisme vooral geassocieerd met gewelddadige acties van moslims. We zien dan ook een verschuiving in de definities die in de loop der jaren in Nederland werden en worden gehanteerd. De verschuiving heeft vooral betrekking op de toevoeging dat het geweld een ideologisch motief moet hebben om als terreur te worden beschouwd. Deze toevoeging die door de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding (NCTb) wordt gehanteerd, illustreert de eerder vermelde associatie van terreur en islam. Door de 'ideologisering' van de definitie van terreur verzekert men zich van een exclusieve toepassing op islamitisch geweld: de islam is namelijk de enige serieuze 'ideologie' die een uitdaging vormt voor de hegemonie van het Westen.
Het 'drama' van Koninginnedag bevestigt dit vermoeden. Enkele uren na de gebeurtenis haastte de Officier van Justitie zich in de eerste persconferentie te verklaren dat a. het geen terreur betreft en b. dat de dader niet bekend is bij een instelling voor geestelijke gezondheidszorg.
De oplettende luisteraar en kijker moet zich hebben afgevraagd hoe de Officier van Justitie tot de eerste conclusie kon zijn gekomen op basis van de nog niet geopenbaarde verklaring van de agent van de Koninklijke Marechaussee, die kennelijk vluchtig contact heeft gehad met de dader. De Officier van Justitie kon het volk wel verzekeren dat er opzet in het spel was, maar zeker geen terreur! In reactie hierop kon minister Guusje ter Horst desgevraagd bij Pauw en Witteman melden dat de verklaringen van de Officier van Justitie kennelijk iets zeggen over de manier waarop wij Nederlanders nog altijd gepreoccupeerd zijn met de kwestie terrorisme. Mij zegt het echter nog iets anders.
De enige reden waarom de Officier van Justitie terreur moest uitsluiten is omdat de dader een blanke autochtone Nederlandse man is. Deze kan per definitie geen terrorist zijn. Daarom moest ook worden geverifieerd of men de rechtvaardiging kon aandragen dat er een psychisch probleem in het spel was. Helaas was dit niet het geval. De man reed bewust door een menigte onschuldige burgers en had het duidelijk op de koninklijke familie gericht, het symbool van het Koningrijk der Nederlanden en de bindende factor van het Nederlandse volk. En dat ook nog eens op een symbolische dag waarop volk en monarchie verenigd worden.
Dit alles, inclusief de enorme angst, paniek en ongeloof (terreur), mocht de Officier van Justitie er niet van overtuigen het woord in de mond te nemen. Allemaal kunnen we ons nog herinneren hoe we opgelucht ademhaalden toen de moordenaar van Pim Fortuyn een autochtone Nederlander bleek te zijn. Een quasi-burgeroorlog bleef ons bespaard. Minder fortuinlijke was de moord op Theo van Gogh. De dader bleek Mohammed B. te heten en een moslimterrorist was het.
Waarom waren en zijn Volkert van der G. en Karst T. anders dan Mohammed B.? Omdat er een ideologie achter de laatste schuil gaat, zodat we de Officier van Justitie gelijk moeten geven op grond van de definitie van de NCTb ? Inderdaad staan de twee ambtenaren op één lijn. Ik sta liever op een andere lijn. Alle drie de daden zijn drama's, maar welk drama is nu erger en rechtvaardigt des te meer de kwalificatie 'terreur'?
Volkert van der G. vermoordde een populaire politicus die naar men vermoedt grote kans maakte om premier van dit land te worden. Zijn dood werkte ontwrichtend en heeft de politieke kaart en klimaat voorgoed veranderd: de bekende ruk naar rechts. De dood van Fortuyn was een belangrijke gebeurtenis met directe politieke implicaties (een andere voorwaarde in oudere definities van 'terrorisme'). Verder handelde Van der G. uit ideologische drijfveren die we als links-extremistisch betitelen. In die zin kon hij een terrorist worden genoemd. Dit gebeurde echter niet, om de reeds genoemde reden: hij was een autochtone, blanke Nederlander. Men zocht zoals altijd naar een psychologische verklaring: de man was een mislukte narcist.
De moord op Theo van Gogh was geen politieke moord, wel had zij politieke consequenties. Zij had een emotioneel-religieuze drijfveer die door media en politiek als terroristisch werd begrepen. Van Gogh had zich direct, beledigend en provocatief gericht tegen moslims en islam en Mohammed B. kon het niet meer aan. Er knapte iets in hem en een brute slachting was het gevolg. Mohammed B. verklaarde doelbewust te hebben gehandeld. Het was een persoonlijke afrekening een een wraakactie namens de islam en moslims, die het beide hebben afgekeurd. Men kan desalniettemin van terreur spreken met het oog op de brute wijze van de moord, de openbare plaats waarin dat plaatsvond en het mogelijke angstgevoel dat dit heeft veroorzaakt bij de burger. Ik ben echter geneigd te denken dat men Mohammed B. een terrorist noemt omdat hij zich beroept op de islam. Overigens werd ook bij hem gepoogd een psychologische factor aan te wijzen. Dit deed men echter niet ter rechtvaardiging, maar simpelweg omdat men niet kon begrijpen dat een tiener met een normale opleiding tot een dergelijke daad in staat was en daar vol overtuiging de verantwoordelijkheid voor nam. Hoe het ook zij, als hij met recht een terrorist genoemd mag worden, dan ook zijn voorganger en opvolger.
De motieven van Karst T. zullen waarschijnlijk onbekend blijven. Wel zal men een uiteraard een psychologisch profiel schetsen, waarin één of ander geestelijk mankement of foute dispositie kan worden aangewezen. Al het extreme moet immers weg verklaard worden, opdat de samenleving verder kan slapen. In ieder geval het volgende vast. Het 'drama' dat hij heeft veroorzaakt is groter dan dat van zijn voorgangers. Het aantal slachtoffers is groter, de directe angst was groter, de paniek was groter, het doel was groter en toch was al snel duidelijk dat het geen terreur was! Wij danken de Officier van Justitie voor zijn helderheid en stellen hierbij een nieuwe eenduidige definitie van terrorisme vast:
"Terrorisme is het door een moslim doelbewust plegen van een gewelddaad, of de ondersteuning ervan op welke wijze dan ook, tegen een Westerse overheid, haar burgers, haar cultuur, haar levensstijl, haar normen en waarden, kortom haar belangen, waar dan ook ter wereld."
dinsdag 28 april 2009
Leviathan ontmaskerd
Het zijn boude en ongefundeerde beschuldigingen. Zij zouden uit de mond van een terrorist kunnen vloeien. Maar juist deze gedachte drukt de gewelddadige aard van het westerse denken uit: Hij die het waagt het superieure Westen op welke wijze dan ook schade te berokkenen zal als terrorist door het leven gaan en zijn einde ofwel onder marteling ofwel onder een regen van ‘smart bombs’ tegemoet zien.
Ik loop te hard van stapel. De westerse beschaving is toch de bakermat van wetenschap, techniek, mensenrechten, vrijheden, de rechtstaat en nog veel meer? Dit zijn inderdaad prachtige en lovenswaardige menselijke prestaties. In welk niet-westers land geniet men een menswaardiger leven dan in het vrije Westen? Gaat niet de meerderheid van de wereldbevolking gebukt onder dictatoriale regimes die de onderdaan alle vrijheid ontnemen en in een zee van oorlog en armoede storten? Ook dit is juist. Hoe kun je dan tot deze abjecte gedachten komen en het Westen beschuldigen van je eigen falen in de race der beschavingen? Als het Westen zich met de rest van de wereld bemoeit dan is dit altijd met goede bedoelingen en de bemoeienis komt op de lange termijn ten goede van de ander. Bovendien, globalisering is een factum waaraan niemand, ook het Westen niet, zich kan ontrekken. Kritiek op het Westen is een uiting van wanhoop jegens de eigen mogelijkheden. Het Westen streeft er juist naar die mogelijkheden voor eenieder te vergroten door ontwikkelingshulp, democratisering en internationalisering van de vrije handel.
Dit is een overtuigend betoog dat moeilijk valt tegen te spreken, laat staan te weerleggen. Ik zal dit dan ook niet proberen. In plaats daarvan wil ik in de richting wijzen van iets dat boven het Westen zelf uitstijgt en dat haar en de rest van de wereld in de greep houdt en stuurt. Het is geen kwestie van goede wil, mogelijkheden, omstandigheden of waarheid. Het is de aard van de in de techniek gestolde Geest. Mijn intellect kan hiervoor niet bogen op originaliteit. Het vereist de scherpste en meest bezonnen geest om door te dringen tot het wezen van een cultuur. Daarbij komt dat wanneer dit gebeurt door een outsider een onbehaaglijk vermoeden van vooringenomenheid niet kan uitblijven. De Westerse cultuur kan daarom het beste van binnenuit worden benaderd. In het Arabisch kent men een spreekwoord dat vrij vertaald luidt: “En een getuige uit hun midden heeft getuigd…”; dat wil zeggen: wanneer van binnenuit wordt getuigd, wint de getuigenis aan authenticiteit en waarheid.
Ik heb mijn getuige gevonden in de krachtigste geest van de twintigste eeuw: de Duitse filosoof Martin Heidegger. Zijn diagnose van de Westerse ‘zijnsgeschiedenis’ wijst op intrigerende wijze de pijnpunten aan van een zelfingenomen Geest, die niet van bezinning weet en die slechts zichzelf wil. De andere Duitser Nietzsche zag de aard van de Westerse cultuur gelegen in de ‘Wil tot Macht’. Heidegger herformuleert dit als de ‘Wil die alleen maar zichzelf wil’.
Het is deze treffende karakterisering die zo tekenend is voor alle wereldbepalende gebeurtenissen van onze tijd. Wat wil de individuele Nederlander, Europeaan of wereldburger? Een gelukkig leven? Waarin wordt dit gezocht? In de kleine sfeer van het rijke gezinsleven en in de grote sfeer van de macht. Beide zijn doordrongen van de drijfveer continu meer te willen. In de kleine sfeer meer luxe, in de grote sfeer meer invloed. Daarbij is onmiddellijk in te zien dat de kleine sfeer slechts kan bestaan bij de gratie van de grote. Ook inzichtelijk is, dat een verzameling van individuele willen tot moordende concurrentie leidt. In een container van ‘wilsquanta’ is iedereen ieders vijand: zo kan ‘Jan modaal’ zich afreageren op de grote ‘graaiers’ in de top van het politieke bedrijf en het bedrijfsleven. De machtigen op hun beurt consolideren hun macht met behulp van klantgerichte reclame: “Wij doen het allemaal voor u”.
De democratische orde – bureaucratie – dankt haar legitimering aan de rondzingende abstracte idee van de gelijkheid. Alle burgers zijn gelijk voor de wet. Verder hebben alle burgers in principe gelijke kansen op machtsposities. De indruk ontstaat dat de burgers verzameld zijn in een zelfgekozen systeem dat zij volgens een algemene wil beheren. In feite leidt dit systeem van bureaucratie een eigen leven: het is regelgeleid. Dat wil zeggen, het regelt zijn eigen instandhouding door zich over alles te verbreiden. Ter wille van deze vermenigvuldiging dienen alle machtsposities functioneel te zijn: zij worden bemand door anonieme functionarissen. Ter wille van de functionaliteit en de efficiency van het ‘staatsapparaat’ – het woord zegt het al – wordt alles gelijkgemaakt: het geheel is rationeel.
Deze constellatie is een houdgreep waarin zowel staat als individu gehouden zijn: beide worden geleid door de wil tot meer die gebaat is bij uniformiteit: de gelijkschakeling van individuele willen: een eenheidsworst. Niet voor niets willen wij allemaal hetzelfde: de markt is de ruimte ter botviering van de individuele wil. De markt kan daarom nooit ophouden zich te vermeerderen: kapitalisme is een uitdrukking van de zichzelf willende wil tot meer.
De staat breidt haar macht uit tot in de intiemste vertrekken van haar burgers en tot in de verst afgelegen uithoeken van de globe, het een niet zonder het ander: de aanwezigheid in Irak en Afghanistan en de groeiende activiteit van de inlichtingendienst zijn twee kanten van dezelfde medaille. De staat moet dit spel 'meespelen' om de Westerse hegemonie in stand te houden, daarmee haar zelfverklaarde doel voorbijschietend: de vrijheid en veiligheid van de eigen burgers. Het Westen draait in een cirkel rond waar geen begin en geen einde is, alleen een ‘nog meer’.
Deze cirkelgang van zichzelf vermeerderende macht kan niet zondermeer in stand worden gehouden: het heeft zowel productiekracht als brandstof nodig. De productiekracht wordt geleverd door de techniek; de brandstof en de afvalput is de Ander. Hoe is het mogelijk dat Irak de brandstof levert voor haar eigen vernietiging? En dat in naam van een komend heil genaamd ‘democratie’! Hoe zijn een miljoen slachtoffers, drie miljoen vluchtelingen, algehele vernietiging, cultuurroof en oliepiraterij gerechtvaardigd in de naam van democratie, die de mens nu juist voor deze zaken claimt te behoeden? Het antwoord ligt in de leugenachtigheid van de democratie zelf.
Ter verdere illustratie kunnen we de blik werpen op een ander onrecht dat binnen de landsgrenzen van ‘Holanda’ plaatsvindt. Hoe wordt hier omgegaan met de Ander? Bij deze vraag ben ik zelf als de Ander inbegrepen. Mijn ervaringen met Nederland zijn gemengd. Aan de ene kant dank ik aan haar de mogelijkheid tot het schrijven van dit essay: Was in mijn vaderland Marokko mijn geest dusdanig verruimd dat ik in staat was geweest te zien wat ik nu zie? Het is niet ondenkbaar, maar ook niet zeer waarschijnlijk. Dankzij Nederland ben ik op de breuklijn gaan staan van twee culturen die, in hun confrontatie, naar mijn sterke vermoeden de toekomst van de gehele mensheid zullen bepalen. Wie denkt dat ik het opkomende Azië voor het gemak over het hoofd zie, wil ik meegeven dat de ontwikkelingen aldaar zich bewegen in de richting van een totale overgave aan de westerse geest. China en India zijn geen concurrenten van de westerse cultuur; als economische concurrenten vormen zij juist de affirmatie van haar hegemonie: Azië heeft zich overgegeven aan de westerse Wil.
Dit verklaart tevens waarom de islam zo’n vijand kan zijn: Het koppige verzet tegen de westerse hegemonie. Overal waar verzet opduikt reageert het Westen als een bezetene. De term ‘terrorisme’ dient als ‘jodenster’ ter markering van het doel en de legitimering van diens vernietiging. Hoe kan het anders dat alle landen die een appeltje te schillen hebben met sektarische of ongewenste lieden niet weten hoe snel ze moeten grijpen naar de kwalificatie ‘terrorist’? Slechts het uitspreken van het woord rechtvaardigt onmiddellijk en onvoorwaardelijk geweld. De vrijheidsstrijder is letterlijk en figuurlijk ten dode opgeschreven. Dit valt niet los te zien van de ontideologisering van de wereld. Het Westen duldt geen ideologieën die de vrije markt en dus Wil tot macht in de weg staan. De islam wordt beschouwd als een dergelijke 'ideologie' die zich niet wil laten gelijkschakelen: het is daarom achterlijk en terroristisch. Het dient uit de weg geruimd te worden. Militaire aanvallen in het buitenland en provocatie in het binnenland zijn het devies.
Nederland is het land der provocatie. Nederland wordt ervan beschuldigd een broeinest te zijn van ‘islamofobie’. Deze beschuldiging wordt gestaafd door voor Nederland beschamende rapporten over mensenrechtenschendingen. Het ‘integratiebeleid’ is met andere woorden een onderdrukkingsbeleid. Verder valt niet te betwisten dat dit beleid gericht is op die taaie moslims met hun achterlijke ideologie: Wilders drukt slechts uit wat de gevestigde partijen politiek incorrect achten. Achter de schermen voeren zij in stilte uit wat Wilders hoopt: verdere assimilatiedruk op de achterlijke Ander. Wat niet met zoveel woorden gezegd wordt, dat wordt in praktijk gebracht: een kwestie van goede marketing en communicatie. Wat politiek correct is stoelt niet op algemeen aanvaarde fundamentele normen en waarden maar op de peilingen van Maurice de Hond.
De deelnemers aan de polls laten zich leiden door de media en niet door enige norm of waarde. Beter gezegd: de media bepaalt wat goed is en wat niet door haar selectie van het nieuwswaardige. Moslims vallen op doordat zij anders zijn. Dat maakt ze slecht en dus halen ze het nieuws. Het is een cirkel van onheil. De cirkel wordt versterkt door een enkele populist die het anders-zijn als een angstaanjagende eigenschap karakteriseert: die moslims moeten zich aanpassen. Dat wordt dan vanzelf de ‘wil van het volk’.
De gevestigde politiek op haar beurt bedient ‘de burger’: ‘cliëntisme’ is de naam die Rouvoet eraan gaf – maar ook hij kan er niet aan ontkomen wil zijn gedateerde christendom een stem hebben. Één – weerzinwekkend – woord is voldoende om dit cliëntisme tot uitdrukking te brengen: ‘burgerservicenummer’.
Waarom is de integratie mislukt? Een gerespecteerde onderzoekscommissie kwam tot een tegengestelde conclusie. De tweede en derde generatie allochtonen – onder wie ondergetekende – spreken (accentloos) Nederlands, bezoeken steeds meer het hoger onderwijs en nemen goede posities in de maatschappelijke ladder. Waarom vormen een handjevol raddraaiers in Utrecht of Gouda en hooguit enkele tientallen nikabs het middelpunt van het ‘integratiedebat’? Waarom is elke nuance weg uit een zo belangrijk maatschappelijk vraagstuk? Onderbuikgevoelens en het groeiende onbehagen over de islam, zal men zeggen. Waar waren deze gevoelens tien jaar geleden? Hoe kan een land zo snel omslaan? Of is het geen omslag maar slechts de uiting van een volksaard? De omslag wordt gezocht in ‘11 september 2001’. Maar waar is de westerse analytische rationaliteit gebleven die de zaken altijd goed van elkaar onderscheidt? Irak, Afghanistan en alle moslimminderheden in het Westen moeten tot de dag van vandaag vernietiging, onderdrukking en angst ondergaan voor een geïsoleerde daad van een marginale beweging. Collectieve straffen waren toch van dictaturen te verwachten en niet van volwassen democratieën? Ik ben daarom geneigd te denken dat er geen wezenlijk verschil is tussen de twee: democratieën zijn broeinesten van verkapt racisme en dictatuur.
Alweer een schaamteloze beschuldiging. Wellicht schaamteloos maar daardoor niet minder noodzakelijk. Noodzakelijk omdat het een inherente contradictie aanwijst in de westerse geest en daarmee in de Nederlandse: universalisme en racisme. Sinds de Nieuwe Tijd en de daarmee gepaard gaande kolonisering van de Ander, wordt kolonisatie gerechtvaardigd op grond van een hoger staand cultureel peil dat te danken is aan de ontdekking van de universele ratio. Descartes, de vader van de moderne tijd, bracht dit universalisme van de ratio tot uitdrukking door te menen dat iedere mens gelijkelijk het vermogen van de rede toekomt. Slechts het juiste of onjuiste gebruik ervan maakt verschil. Zijn methode moest het juiste gebruik illustreren: resultaat was een wereldbeeld waarin de ratio de wereld aan zich onderwerpt: de geboorte van de wil tot overheersing, de wil tot macht. Tevens de geboorte van de rationele discriminatie.
De koloniale machten, waaronder Israël, hebben altijd het argument aangevoerd dat de Ander, vanwege het ontberen van de rede – of op zijn minst het bezitten ervan in mindere mate – zijn eigen ontwikkeling en vooruitgang niet zelf kan bewerkstelligen. De verlichte Westerling schiet hem te hulp en cultiveert de aarde en oogst haar vruchten: dit is de opdracht van God. De eerlijkheid gebiedt te zeggen dat ook de islam de cultivering van de aarde voorschrijft; met het verschil dat dit nooit en te nimmer Onrecht kan rechtvaardigen. De verlichte westerling heeft kennelijk een ander begrip van recht en onrecht: deze bestaan slechts op het papier der wet.
Dat brengt mij tot slot op het belangrijkste papiertje van de Nederlandse democratie: de Nederlandse Grondwet. Niet toevallig drukt juist deze grondwet genoemd racisme uit, maar uiteraard wel onopvallend. In een onnavolgbaar boek, getiteld ‘Omerta’ , wordt het belangrijkste artikel uit de grondwet aan een filosofische blik onderworpen. De eerste volzin van het eerste artikel uit de grondwet luidt:
“Allen die zich in Nederland bevinden, worden in gelijke gevallen gelijk behandeld.”
De auteur wijst erop dat in deze universeel-humanistisch ogende zin sprake is van een dubbele discriminatie, namelijk tussen overheid en burger en tussen burgers onderling. Wat het eerste betreft: er wordt door de passieve grammaticale constructie verzwegen door wie de gelijke behandeling geschiedt. Dit is uiteraard de overheid, maar waarom wordt dit verzwegen? Omdat de overheid niet gelijk is aan haar burgers: zij discrimineert zonder dat dit mag opvallen. De universele gelijkheid van de democratie blijkt niet zo universeel: de overheid discrimineert tussen zichzelf en haar burgers.
Belangrijker voor onze bespiegelingen is de tweede ongelijkheid die in de Nederlandse identiteitsstichter ongezegd ter sprake komt. Deze komt tot uitdrukking in het zinsdeel ‘in gelijke gevallen’. Hierin schuilt een vrijbrief voor de wetgever om te discrimineren naar eigen inzicht: wat ongewenst is kan in de clausule ‘ongelijke gevallen’ worden ondergebracht. Zo kun je de moslims toch discrimineren door allerlei wetten in te voeren die hun godsdienstvrijheid beperken. Je legitimeert dit door te zeggen dat moslims niet gelijk hoeven te worden behandeld omdat ze de gelijkheid der godsdiensten niet aanvaarden: Zij zijn geen gelijke gevallen. Zoals ‘Omerta’ zegt:
Het nu opdoemend verlangen om dit artikel uit de Grondwet te schrappen, ten einde een lastige bevolkingsgroep zoals de moslims te discrimineren, is overbodig. Je kunt ze discrimineren op basis van dit artikel – zoals je er iedere gewenste discriminatie op kunt baseren. (Omerta, p.87)
dinsdag 14 april 2009
Homoridder Marcouch komt met 'homo-nota'
Kern van het kennelijk grote nieuws dat ons uit Slotervaart bereikt is de botsing tussen islam en homofilie. De baldadige Marokkaantjes misdragen zich en spugen, schelden en slaan zo nu en dan een homopaar in elkaar. Ontoelaatbaar natuurlijk, maar moeten we in deze misdragingen van puberende jongeren zonder gedegen opvoeding een botsing der beschavingen zien?
Stadsdeelvoorzitter Ahmed Marcouch meent van wel. Hij spreekt expliciet van een 'beschavingsoffensief' dat op de achterlijke moslimouders moet worden losgelaten. Ahmed, de moslim en naamgenoot van de stichter der islam, lanceert een beschavingsoffensief op achterlijke moslims! Hoe troosteloos verdraaid en hopeloos verward is de situatie in dit door oppervlakkige sentimenten en opportunisme gedreven zeelandje. De situatie is echter ook ernstig.
Ahmed Marcouch' weerzinwekkende paternalisme en koloniaal aandoende houding jegens degenen die hem zijn zetel hebben bezorgd getuigt van een pijnlijke ontwikkeling die met Ayaan Hirshi Ali begon, via Ehsan Jami bekrachtigd werd en bij Ahmed Aboutaleb haar hoogtepunt bereikte: de bevoogding van achterlijke moslims door mondige (ex-)moslims ten dienste van de Meester-autochtoon. Zoals marionettenregimes in derdewereldlanden het Westen hebben gediend en nog dienen door de eigen bevolking te onderdrukken, zo dienen de nieuwe slavendrijvers hun meesters binnen de landsgrenzen. Hun beloning is daarbij niet gering: zij maken de snelste carrières.
In dit licht moet Ahmed Marcouch' waanzin worden bezien. Een moslim met als nevenfunctie het voorzitterschap van een moskeeënbond moet inderdaad wel van waanzin worden beticht als hij het waagt om met een homo-nota op de proppen te komen, en dat ook nog als stadsdeelvoorzitter met een zeer grote minderheid moslims. Maar Marcouch is niet waanzinnig geworden, integendeel: hij treedt in de voetsporen der succesvollen. Maar al te graag zou hij in navolging van zijn grote voorbeeld Aboutaleb, burgemeester worden van die andere Nederlandse parel, Cohens Amsterdam.
Terug naar de vermeende kern van de zaak. Marcouch meent als moslim te moeten opkomen voor homorechten, desnoods door confrontatie en provocatie. Men ziet: wij moslims zijn in staat te leren van onze vijanden, zoals Verdonk en Wilders. Het treurige is hierbij dat Marcouch zich wil opwerpen als de ridder der democratische rechten van de mens. Hij beroept zich op de gelijkheid van zijn burgers in het kleine Slotervaart. De gelijkheidsgedachte moet daarbij aan de moslims worden opgedrongen door hen te confronteren met hun intolerantie. Homo's zijn immers ook mensen en hebben 'net zo veel rechten als moslims', zoals het AD vandaag kopte.
Marcouch speelt handig in op de spanning die Wilders heeft versterkt tussen de islam en het "joods-christelijk-humanistische Nederland". Met zijn woorden schaart Marcouch zich bij de humanisten en ijvert voor gelijke rechten. Daarmee zet hij zich openlijk af tegen de islam en moslims en vervreemdt hij zich van zijn achterban ten gunste van het COC. Hij kan nog met zoveel woorden beweren dat hij moslim is, iemand die per se een homobar in een islamitisch gekleurde wijk wil vestigen heeft zich in een onmogelijke spagaat gewerkt. De Koran verbiedt en veroordeelt expliciet homoseksualiteit en wie hier tegenin gaat en zich moslim wil blijven noemen is ofwel onwetend ofwel hypocriet. In dit specifieke geval kan van onwetendheid geen sprake zijn (zelfs niet-moslims kennen het islamitische standpunt), Marcouch is een hypocriet die zich anders voordoet dan hij is. Ófwel hij komt uit de kast en verklaart openlijk zijn apostasie, ófwel hij komt tot inkeer en draagt het 'homo-dossier' over aan een geloofwaardiger collega. Zijn ongeloofwaardigheid blijkt ook uit zijn pathetische oproep aan de Christelijke partijen om hem te steunen in zijn kruis-tocht (de woorden krijgen hier een eigenaardige meerzinnigheid!). Een moslim die roomser is dan de paus is! Ik roep Balkenende en Rouvoet op om deze man vooral te blijven negeren.
Dit voor wat betreft de innerlijke spanning in de persoon Marcouch. Belangrijker is eigenlijk de verkeerde en daarmee gevaarlijke framing van de kwestie van de Marokkaanse raddraaiers. Moslims zijn de eersten die onrechtmatig geweld dienen af te afkeuren. In dit geval dus ook tegen homo's omdat de islam voorschrijft dat men zich moet houden aan de wetten van het land waarin men verblijft, ook als deze onislamitisch zijn. Pas wanneer deze wetten het voor de moslim onmogelijk maken om zijn godsdienst naar behoren te belijden is emigratie geboden; en dus niet geweld. Nederlanders vragen vaak waar die afkeurende moslims dan blijven. Ik antwoord altijd dat zij druk bezig zijn om van het minimumloon voor zeven kinderen eten op tafel te krijgen. Ik stel hen ook altijd gerust met de mededeling dat ze nog veel zullen horen van de komende generaties moslims, die steeds mondiger zullen worden.
Het voorgaande betekent dat het probleem van Slotervaart geen islamitisch probleem is, nog afgezien van de vraag of het wel zo'n groot probleem is, gemeten naar de dispropostionele aandacht. Door te spreken van een beschavingsoffensief en door het benadrukken van de democratische grondrechten, suggereert Marcouch dat de islam de oorzaak is van het 'potenrammen'. Een inherent verband is echter uitgesloten.
Het juiste kader waarin deze kwestie moet worden geplaatst is dat van de opvoeding. Aangezien deze jongeren en komende generaties de islam als godsdienst zullen blijven dragen, is het volkomen onjuist en zelfs contraproductief om hen een vreemde waarden- en normensysteem te willen opleggen. Rampzalig en triest is het wanneer een moslim dit wil doen door provocatie. De enige juiste weg is daarom een islamitisch opvoedingsoffensief. De jongeren moeten worden doorverwezen naar de moskeeën waarvan Marcouch het voorzitterschap draagt en niet naar de seksuele voorlichting waartegen de Marokkaanse jongeren een natuurlijke aversie hebben. Eerste generatie Marokkaanse ouders hebben een traditionele opvoeding gehad en zijn vaak analfabeet. Hierdoor -- en vanwege andere zaken -- staan zij machteloos tegenover de heimelijke daden van hun kinderen. Zij moeten niet lastig gevallen worden met 'homopraat': hun culturele denk- en belevingswereld is dusdanig anders dat zij dit niet kunnen verdragen noch verstaan. Marcouch is een Marokkaan die deze gevoeligheden maar al te goed kent, daarom treft hem des te meer blaam.
Een grotere context moet tot slot worden geschetst. Alle (ex-)moslimridders van het westerse humanisme in Nederland, die de afgelopen jaren hun zegje hebben mogen doen met goedkeuring van het establishment hebben één ding gemeen: zij zijn een instrument. De gevestigde orde in dit land ziet, net als Wilders, een groot gevaar in de demografische transformatie die de islam teweegbrengt. Zij ziet zich daarom gedwongen om een antwoord te formuleren dat de islam-expansie een halt toeroept en tegelijkertijd de schijn van humaniteit over zich heeft. Dit is waar Wilders' ongewenstheid ligt: zijn expliciete in-humaniteit jegens de islam en moslims, die de grondideeën van het democratische en universalistische Nederland teniet doet. De kunst is nu juist om het gewenste resultaat op subtiele wijze te bewerkstelligen. Men realiseert zich dat de inzet van inhumane middelen de geloofwaardigheid en legitimiteit van het democratische systeem aantast en daarmee uiteindelijk het voortbestaan in gevaar brengt. Men kiest daarom voor indirecte assimilatie door juridische, maatschappelijke en ideologische druk uit te oefenen. Men spreekt dan van 'integratiebeleid', maar bedoelt eigenlijk assimilatiedruk: de integratie is mislukt verklaard en dingen met 'beleid' doen, is niet meer de gepaste aanpak. Een uitstekende tactiek bij assimilatiedruk is de inzet van 'voorbeeld-moslims' die tot een succes kunnen worden gemaakt om de mislukte moslims te verleiden met de beloning van assimilatie.
Deze tactiek zal mislukken, omdat de 'voorbeelden' (ver-)vreemd zijn.
Wilders' 'Fitna'
[Geschreven op 01-04-2008 als reactie op de verschijning van 'Fitna' op 27-03-2008)]
We kunnen eindeloos praten, discussiëren en debatteren over Wilders en zijn manier van politiek bedrijven. We kunnen het daarbij hebben over hoe intelligent hij te werk gaat en ervoor zorgt dat het hele land in zijn greep valt en blijft. We kunnen analyseren hoe de ‘gevestigde orde’ van Christo-Sociaal-Democraten en ‘slappe liberalen’ zich gevangen ziet door de Wilders-uitdaging en hoe zij vervolgens al dan niet adequaat handelt. We kunnen onderzoeken wat ‘het volk’ van Wilders’ Fitna vindt en hoe zij op zijn scherpe polemieken reageert in allerlei peilingen.
Dat alles en nog veel meer kan gezegd en gedaan worden en het zal ongetwijfeld zinnige zaken opleveren. Dat is evenwel niet mijn bedoeling in dit stuk. Ik wil alvast het debat openen met Wilders zelf. Na de vertoning van zijn lang verwachte en gevreesde film Fitna heeft Wilders toegezegd het debat aan te zullen gaan. Velen, de heer Pechtold aan kop, hebben Wilders terecht verweten met opzet continu het debat uit de weg te gaan. Naar het achteraf schijnt wilde hij eerst de nodige stof tot discussie leveren, zodat hij en niet anderen het onderwerp bepaalt; Wilders is een man die de regie graag in eigen handen heeft, getuige onder andere de bestuursvorm van zijn partij.
Welnu, stof genoeg! Maar voor ik inhoudelijk inga op de boodschap van Fitna, wil ik even stilstaan bij de keuze voor die titel. Fitna is een zuiver islamitisch woord—zoals bij voorbeeld het woord Sharia—dat in een neutrale context simpelweg onrust of beproeving betekent. In de gebruikelijke religieuze context slaat het echter op zoiets als een ‘moeilijk te overkomen crisis in de Umma, of geloofsgemeenschap’. Hieruit valt op te maken dat Wilders zijn film ziet als een beoogde oorzaak van Fitna, de film zelf is de fitna. Daarmee verraadt hij zijn polariserende bedoelingen: hij beoogt een crisis te bewerkstelligen, niet zozeer in de geloofsgemeenschap als wel in de Nederlandse samenleving als geheel.
Wilders’ politieke slogan luidt: “Stop de islamisering van Nederland!” Fitna moet ons overtuigen van de noodzaak aan deze oproep te beantwoorden door op de PVV te stemmen. Hoe? Fitna heeft naar mijn mening slechts één stelling, met twee kanten. Deze luidt: De islam is een inherent gewelddadige ideologie wier aanhangers ernaar streven de wereld te overheersen. De ene kant van deze stelling schuilt in de verbinding van islam en geweld, de andere in de expansiedrift. Ik wil in deze bijdrage de onjuistheid van de stelling van Fitna aantonen. Dit gebeurt door aan de hand van de twee deelaspecten klaarheid over de islam te verschaffen. Ik concludeer met een eigen oproep aan Wilders.
De islam is een relatief onbegrepen religie. Van oudsher heeft Europa geweigerd zich de nodige moeite te getroosten om tot een goed begrip te komen van wat ik zal noemen ‘de geest van de islam’. Het is altijd gebleven bij vooroordelen en westerse projecties, die eerder verhullend dan onthullend hebben gewerkt. De oorzaak hiervan moet hebben gelegen in de natuurlijke aversie van het gevestigde Christendom jegens een ‘ketters’ geloof. De boodschapper van deze nieuwlichterij, Mohammed (vzmh), is weleens vereenzelvigd met de Antichrist. Latere eeuwen van studie hebben ons niet veel meer opgebracht dan oriëntalistisch onderzoek, dat methodisch externalistisch is en moet zijn, waardoor allerlei Westerse begrippen en denkkaders de islamitische werkelijkheid geweld hebben aangedaan. De Koran is bij voorbaat een literair boek dat kritisch moet worden gelezen, Mohammed (vzmh) was een staatsman met slechts politieke ambities, de Sharia is een verzameling gekopieerde normen, waarden, geboden en verboden, enz., enz.. Deze onwil om de islam nu werkelijk te begrijpen vanuit de interne waarden, motieven en spirituele dimensie heeft in onze dagen ertoe geleid dat zij met gemak kon worden vereenzelvigd met terrorisme, alle politiek correcte cosmetische nuanceringen ten spijt.
Dit korte relaas moet dienen ter illustratie van de algemene onwetendheid over de islam in het Westen. Wilders vormt daar geen uitzondering op, maar juist een exemplarisch geval. In het collectieve geheugen van het Westen is de islam altijd geassocieerd geweest met geweld en dus met angst. Dat heeft zo zijn min of meer begrijpelijke religieuze achtergrond in het verleden, maar nu het Westen volledig geseculariseerd is, zou men een andere houding verwachten. Het tegendeel is gebeurd: de islam is nu geen religieuze concurrent maar een rivaliserende politieke ideologie. Het achterliggende argument is evenwel niet gewijzigd: de islam is erop gericht het Westen te veroveren, als niet door prediking en oorlog, dan door emigratie en terrorisme. Tegen de idee van de islam als een politieke ideologie valt veel in te brengen, maar dat zou mij te ver voeren. Ik wijs er slechts op dat het woord ‘ideologie’ nog geen 300 jaar oud is, terwijl de islam zo’n 1400 jaar geleden het licht zag. Dit toont wederom het gewelddadige karakter aan van het begrippenapparaat waarmee de westerling het onbekende wil be-grijpen en beheersen.
Keren we terug naar Fitna dat een voortzetting is van bovengenoemde onwil en onbegrip. Fitna toont volgens Wilders aan dat de islam, in de vorm van zijn heilige boek de Koran, de directe bron en drijfveer is van extremistisch ‘moslimgeweld’. Hiertoe laat hij een aantal passages reciteren met de door hem vervormde stem van de alom gerespecteerde Saoedische imam en recitator As-soedees, om het dramatische effect te versterken en het Nederlandse volk angst aan te jagen. De passages worden verbonden met allerlei macabere daden van moslims. De conclusie moet wel luiden: de islam draagt moslims op om verschrikkelijke dingen te doen met elkaar en met andere mensen. Vliegtuig- en bomaanslagen, liquidaties, onthoofdingen, lynchpartijen, vrouwenbesnijdenissen, indoctrinatie van kinderen, een aparte vorm van kindermishandeling bij de Shi’ieten en een bevlogen imam die de over 200 kernkoppen beschikkende joden van Israël bedreigt met een krom zwaard.
Het is vergeefs en onzinnig te willen beweren dat religie, welke religie ook, absoluut geweld-vrij is. Geweld en oorlog zijn even zo menselijke verschijnselen als vrede en liefde. De joodse en christelijke Geschriften lusten er meer pap van, zo toonde een hoogleraar onlangs aan; niettegenstaande de dominante boodschap van (naasten-) liefde. In naam van deze religies en in naam van ‘aardse’ ideologieën zijn miljoenen mensen omgebracht. Het is dus niet zaak dit te ontkennen maar de dingen op hun juiste plek te zetten. Alle aangehaalde verzen in Fitna hebben een eigen historische context die aangeeft in welke gevallen hoe te handelen. Deze richtlijnen moeten het handelen van de gelovigen in oorlogstijd reguleren, om onmenselijkheid te voorkomen. De islam kent als enige religie een unieke en gedetailleerde oorlogsethiek die 1400 jaar vooruit loopt op de Geneefse Conventie.
Het is niet toevallig dat de in Fitna geselecteerde verzen zich geheel en al afspelen in de context van een zich reeds voltrekkende oorlog, waarvan de ongelovigen de aanstichters zijn en waarin sprake is van collaborateurs. Hieruit valt een algemene regel af te leiden: doodt hen die oorlog tegen u voeren en hun samenzweerders. In normale kringen heet dat verzet. De verzen die aan de gekozen verzen voorafgaan en die welke daarop volgen—die Wilders natuurlijk buiten beschouwing laat—spreken van vrede wanneer de ongelovigen hun oorlog stoppen en van een verbod op transgressie. Want “Allah houdt niet van overtreders”. En vergist u zich niet in de ernst van het woord ‘overtreding’ als het gaat om de grenzen van Allah.
Hoe nu te oordelen over de feitelijke beelden in Fitna? Zijn het overtredingen van de grenzen van Allah of gepaste reacties op de vijand? Bomaanslagen tegen burgers zijn overtredingen van de grenzen van Allah en zijn dus onislamitisch en strafbaar volgens de Sharia; zeker als deze burgers zich buiten islamitisch gebied bevinden en niet betrokken zijn bij agressie tegen moslims. Het doden van leden en helpers van een bezettende macht, aan de andere kant, is een plicht—dat heet verzet en het Nederland van de Tweede Wereldoorlog zal dat begrijpen! De doodstraf op ontucht en sodomie is islamitisch—en overigens ook joods en christelijk—aanvaardbaar mits aan specifieke voorwaarden is voldaan, die door een rechter worden getoetst en niet door milities. De wijze waarop de straf wordt uitgevoerd in Fitna strookt overigens ook niet met de richtlijnen van de Sharia. Ik denk hierbij aan het op kleine afstand met een Kalashnikov afschieten van de vrouw in Afghanistan en aan de slachting van de man in Irak. Vrouwenbesnijdenis is geen islamitisch voorschrift. De Sharia heeft er ook geen verbod op, mits aan bepaalde voorwaarden is voldaan en de operatie goed wordt uitgevoerd. De zaken liggen wat gecompliceerder dan het beeld van het vastgebonden meisje in Fitna. Die gang van zaken is in geen geval islamitisch te rechtvaardigen. De ‘indoctrinatie’ van kinderen is een betrekkelijke zaak, iedereen zal zijn of haar normen en waarden aan de eigen kinderen willen doorgeven. Van het Palestijnse meisje dat de joden heeft leren haten moet men de specifieke achtergrond proberen te begrijpen. Bovendien, kan een kind van drie überhaupt haten? Ouders voeden hun kinderen daar op met het idee dat Israël hun rechten schendt en hen systematisch vernietigt met een ultramodern oorlogsapparaat. Als het meisje leert dat joden apen en varkens zijn dan wordt daarmee tegelijkertijd gerefereerd aan de Israëliërs die haar familie hebben vernietigd en aan een koranvers waarin staat dat Allah een specifieke groep ongehoorzame joden, of kinderen Israëls, heeft vervloekt en veranderd in apen en varkens. Zowel de Thora als de Bijbel bevatten het verhaal van de joden die God keer op keer ongehoorzaam zijn en hiervoor moeten boeten. De bebloede Sjiitische kinderen nemen deel aan een religieuze ceremonie die specifiek Sjiitisch is en waar men het lijden van Mohammeds kleinzoon Hoessein (vzmh) herdenkt. Als Soenniet sta ik niet achter dit gebruik en laat de Sjiieten voor zichzelf spreken. Wel kan men zich afvragen in welke mate een dergelijke praktijk schadelijk is voor kinderen. Ik zou zeggen: gooi er een psychologisch onderzoek tegenaan! In ieder geval heeft het in Iran voor zover ik weet niet tot dramatisch hoge aantallen terroristen of bloeddorstige monsters geleid.
Al met al moet Wilders erop gewezen worden dat hetgeen hij met Fitna aan de islam toeschrijft er geenszins mee samenvalt. In het gunstigste geval kan Wilders een extern verband leggen tussen de beelden en de islam, wat erop neerkomt dat er geen verband is, want als A zich beroept op B, dan hoeft B hier geen boodschap aan te hebben. Van een inherent verband tussen islam en geweld kan dus geen sprake zijn. En dan hebben we het nog niet eens gehad over de 99,9% aan verzen in de Koran die zonder interpretatie overduidelijk ‘humaan’ zijn. De andere 0,1% is uit zijn verband gerukt, zoals hierboven is aangetoond.
Kom ik tot het tweede deel van mijn betoog dat beduidend korter is. Streeft de islam naar wereldheerschappij? Het antwoord moet zijn ‘ja’. Met alle middelen? Nee. De islam is een universele boodschap gericht aan alle mensen. Dit staat ondubbelzinnig in de Koran en behoort tot de kern van het geloof. Moeten we hier van opkijken? Nee. De islam heeft een waarheidspretentie en is het als zodanig tegenover zichzelf verplicht zich te verkondigen aan wie maar horen wil. Uitgangspunt daarbij is het woord en niet zoals het westen altijd heeft beweerd, het zwaard. Wat levert het mij of de islam op wanneer ik mijn potentiële geloofsgenoten ombreng? Een dergelijke gedachtegang is contraproductief en onislamitisch. De verspreiding van de islam gebeurt door overtuiging, niet alleen van de rede maar vooral ook van de moraal. De zuivere morele houding van de rechtschapen moslim, die we in Nederland helaas zelden vinden, heeft door de eeuwen heen landen en continenten veroverd. Wanneer in Fitna een imam aankondigt dat de wereld aan de islam zal toebehoren dan spreekt hij daarmee niet van een op handen zijnde invasie van de islamitische legers—deze bestaan nauwelijks—maar van de groeiende moslimaantallen in Oost en West. In Europa en Amerika, maar ook wereldwijd, is de islam de snelstgroeiende religie. Ik heb nog geen bekeringen met het zwaard meegemaakt in Nederland en het zijn er toch al een paar duizend and counting.
Heeft Wilders daarmee gelijk als hij de PVV-slogan laat klinken? Wel, het is maar wat u wilt. Of misschien moet ik zeggen: het is maar de vraag of u het kunt! “Stop de islamisering van Nederland!” Wat is de betekenis van een dergelijke oproep? Alleen de grenzen sluiten zal niet afdoende zijn. Een miljoen moslims het land uitzetten is een andere optie. Wilders wijst met een onbedoeld lachwekkende staafdiagram in Fitna op de explosief groeiende aantallen moslims sinds de jaren ’60, die hij laat beginnen in... 1940?! Als hij deze had laten beginnen in 1508 was het effect dramatischer geweest. De situatie is ernstig. Misschien biedt een politiek beleid van geboortebeperking van chinees-communistische snit wel uitkomst. Of categoriale sterilisatie van alle moslimmannen. Wie weet wat er allemaal ontspruiten zal aan het brein dat zorgvuldig onder Wilders' pruik is verborgen. Het lijkt allemaal wel erg op de even onzinnige als van paranoia getuigende oproep om de Koran te verbieden.
De islam groeit in Nederland en elders door natuurlijke aanwas en bekeringen. Dit is een onomkeerbaar fenomeen. Wilders zal dit moeten erkennen. Het feit dat hij de realiteit de rug toekeert verklaart deels zijn extremisme. Als men de realitiet niet kan verkroppen dan wordt men hysterisch. Het zal niet helpen om de moslims zwart te maken, zitten blijven ze toch! Dus of we gaan naar een situatie waarin moslims steeds meer rechten toebedeeld zullen krijgen comform hun sterker wordende aanwezigheid, of we gaan naar een situatie van vervolging en inquisitie. In het eerste geval moeten we denken aan meer zelfstandigheid voor moslims met betrekking tot allerlei maatschappelijke inrichtingen, zoals onderwijs en zorg, waarin moslims zelf kunnen voorzien. In het tweede geval moeten we denken aan angst, haat en conflict. De keuze is voor de heer Wilders en de zijnen waarschijnlijk makkelijk gemaakt, voor Nederland evenwel staat meer op het spel dan zetels. Waar zijn zetels immers goed voor wanneer daarmee de samenleving in brand gestoken wordt? Het is deze vraag—en het bovenstaande—waarop ik de heer Wilders uitnodig zich te bezinnen. Hoewel ik vermoed dat het woord hem wat vreemd in de oren zal klinken, ‘be-zin-nen’. Ik hoor hem al denken: “ik capituleer niet voor de islam.”
maandag 5 januari 2009
Israël pleegt genocide in Palestina
Vandaag, na tien aaneengesloten dagen van continue bombardementen op een van de dichtstbevolkte gebieden in de wereld, tellen wij ruim 530 doden en meer dan 2500 gewonden, waaronder honderden in levensgevaar. Daarnaast is de toch al zeer fragiele infrastructuur van de Gaza-strook volledig vernietigd, waardoor zonder enige twijfel gesproken kan worden van een humanitaire ramp. Ik spreek echter liever van weloverwogen en systematische genocide en staatsterrorisme. Wie de live-beelden van het gerespecteerde Al-Jazeera volgt, kan niet anders concluderen. Door de vernietiging van de stroomvoorziening en het opraken van diesel, kunnen ziekenhuizen hun apparatuur niet aan de praat houden, waardoor burgers in levensgevaar een langzame dood moeten sterven.
Te midden van de Gaza-Holocaust speelt de zogenaamde ‘internationale gemeenschap’ de rol van toeschouwer. Sommige regeringen, waaronder de Nederlandse, kunnen zelfs gerekend worden tot supporters en zelfs medeplichtigen. Van de Verenigde Staten zijn we niet anders gewend. Zij vervullen reeds decennialang hun klassieke rol in het dekken van de Israëlische oorlogsmisdaden door elke veroordeling van de VN-Veiligheidsraad met hun Veto te blokkeren. De voorzitter van de Algemene Vergadering kon niet anders dan zijn verslagenheid uitspreken als gevolg van de ineffectiviteit van de VN. De doorgaans ‘gematigde’ Europese Unie verraste door te verklaren dat de Israëlische operaties defensief en niet offensief van aard zijn. Balkenende volgt zijn meester Bush en toont begrip voor het afslachten van kinderen, vrouwen en bejaarden. Een groot retorisch vraagteken moet geplaatst worden bij de grafstilte van de veelbelovende en nu dus teleurstellende Obama. De ‘man van het gewone volk’ heeft niet één woord over voor een volk onder vuur. Misschien omdat de Palestijnen geen gewoon volk zijn. Maar ik vermoed vooral omdat hij Israël reeds in de armen heeft gesloten, zoals de politieke traditie in de VS dat voorschrijft.
De zionistische entiteit genaamd ‘Israël’ voert één rechtvaardiging aan voor haar wandaden: de lancering door Hamas van zelfgemaakte raketten in de richting van Israël. Hamas heeft meermaals duidelijk gemaakt dat raketbeschietingen een reactie zijn op het embargo dat de Gaza-strook een langzame dood injaagt. Men dient zich te herinneren dat een embargo dezelfde militaire betekenis heeft als een beleg, zoals het beleg van Leiden door de Spanjaarden. Doel is om een bevolking te dwingen tot overgave. In het geval van Israël was het doel het isoleren van de democratisch gekozen regering van Hamas door de bevolking te laten verhongeren. Men hoopte dat de bevolking zich uiteindelijk uit wanhoop tegen Hamas zou keren. Nadat Israël daarin gefaald heeft vanwege het standhouden van Hamas en de inwoners van de Gaza-strook, is zij overgegaan op een totale slachting.
In eerste instantie was het verklaarde doel van wat iedereen koelbloedig een ‘operatie’ noemt, het vernietigen van Hamas. Na enkele dagen van zware bombardementen en ruim 250 doden, lanceerde Hamas niet minder maar meer raketten dan normaal. Israël realiseerde zich dat ze haar doelstelling moest wijzigen. Men verklaarde vervolgens dat het doel van de ‘operatie’ is om Hamas te verzwakken. Na negen dagen is gebleken dat Hamas en andere verzetsbewegingen in de Gaza-strook een geduchte tegenstander is, ondanks de beschamende disproportionaliteit van militaire middelen. Israël verklaart daarom nu dat haar strategische doelstelling is om de Gaza-strook in twee delen te splitsen waardoor Hamas in Gaza-stad wordt afgesloten van andere steden in het zuiden en daarmee van de aanvoer van wapens uit Egypte. Deze doelstelling is echter reeds vóór de genocide bereikt aangezien de enige doorgang door Egypte zelf is afgesloten conform een bilateraal verdrag.
Dit brengt mij op de positie van de Arabische regeringen, Egypte voorop. Dit land heeft een vredesverdrag met Israël. Haar president Moebarak verklaarde onlangs dat hij de doorgang van Rafah niet kan openen voor humanitaire hulp omdat hij gebonden is aan een verdrag met Israël. Hij beroept zich dus op juridische gronden. Rechtsgeleerden en deskundige advocaten in en buiten Egypte hebben echter verklaard dat elk land in geval van nood er alles aan mag en moet doen om een humanitaire ramp te voorkomen of hulp te bieden. Daarnaast vergeet Moebarak voor het gemak dat het Israëlische embargo en de slachting beide illegaal zijn op grond van internationaal recht en internationale verdragen.
Egypte en andere Arabische landen, zoals Saoedi-Arabië en Jordanië, hebben echter andere overwegingen dan juridische. Deze zijn politiek van aard en betreffen de ongewenstheid van een militante islamitische regering in de regio. Zij vrezen dat Hamas met haar verkiezingssucces een voorbeeld kan zijn voor andere islamitische bewegingen. Zij vrezen dus, zoals altijd, voor hun eigen hachje. Niet alleen de VS en de EU, maar ook de meeste Arabische staten zijn daarom medeplichtig aan de Israëlische genocide in Palestina. De Arabische Liga krijgt het niet eens voor elkaar om een Arabische top te organiseren. De Arabische en islamitische bevolking over de hele wereld demonstreert met miljoenen tegelijk tegen de Israëlische bestiale oorlogsmisdaden en tegen de zwakke, beschamende Arabische leiders. Zij spreken hun bereidheid uit om per direct in Gaza mee te vechten indien de Arabische leiders de grenzen met Israël opengooien.
Uit deze humanitaire ramp moet in ieder geval één les geleerd worden. De medeplichtige VS en EU die er prat op gaan de voorvechters van de universele mensenrechten te zijn, hebben nog duidelijker dan voorheen hun masker afgeworpen. De ware betekenis van wat vrijheid, democratie en mensenrechten heet is niets anders dan macht. Het Westen drogeert de rest van de wereld met deze mooie woorden zodat elke weerstand tegen de economische belangen bij voorbaat kan worden ontzenuwd. Israël garandeert het Westen de toegang tot de voor de westerse welvaart essentiële oliebronnen in het Midden-Oosten. Elke weerstand die Israël en daarmee de westerse economie in gevaar kan brengen moet ofwel worden geneutraliseerd door holle woorden als ‘democratie’ en ‘vrijheid’, ofwel worden vernietigd. Hamas is hiervoor het levende bewijs: zij is democratisch gekozen en juist daardoor uitzonderlijk gevaarlijk, dus moet het vernietigd worden. De VN dient om de drugs ‘mensenrechten’ te verspreiden en niet om deze rechten te verdedigen als dat het Westen niet uitkomt. De dubbele maatstaven van de VS en Europa in internationale conflicten en binnenlandse aangelegenheden bieden talloze voorbeelden. Het Westen is daarmee moreel bankroet en heeft alle geloofwaardigheid verloren.
Tot slot moet worden opgemerkt dat hoewel de Palestijnen het slachtoffer zijn van genocide gedekt door een internationale medeplichtigheid, zij toch trots zijn op het feit dat Hamas en andere verzetsbewegingen Israël moedig tegenstand bieden. Israël verbiedt internationale journalisten de toegang tot de Gaza-strook en heeft haar soldaten hun mobiele telefoons afgepakt om te voorkomen dat haar misdaden en verliezen wereldkundig worden gemaakt. Desondanks kunnen wij via Al-Jazeera vernemen dat het Israëlische leger grote tegenslagen te verduren krijgt na de invasie twee dagen geleden. En dit terwijl zij nog niet eens de stedelijke gebieden zijn binnengegaan, waar het echte verzet hen opwacht.
Dat Israël lak heeft aan internationale verdragen en mensenrechten is bekend. Minder bekend was dat zij ook lak heeft aan de geloofsleer van het Jodendom als het even uitkomt: zij lanceerde haar verrassingsaanval op de Sabbat. In Israël rijdt men geen auto op de Sabbat, maar voor het afslachten van Palestijnen maakt men graag een uitzondering.
Mede door haar (historische) overtredingen van Gods geboden en verboden zal Israël haar politieke en militaire doelstellingen niet bereiken. Hetzelfde falen als in Libanon tegen Hezbollah in 2006 staat haar in Gaza te wachten. Israël vermoordt onschuldige burgers en vernietigt gebouwen; de wil van het Palestijnse volk heeft zij na ruim 60 jaar kolonisatie en bezetting echter niet kunnen breken. Dat is omdat zij Allah geloven wanneer Hij zegt:
“Bestrijdt hen [de agressors], Allah zal hen door uw handen straffen en vernederen en u tot een overwinning over hen helpen en het gemoed van een volk dat gelooft, verlichten.” [9:14]